Winter · 8 min lezen

Natuurijs 2026-2027: hoe groot is de kans op schaatsen?

Een strakblauwe lucht, een paar nachten flinke vorst en heel Nederland trekt de schaatsen uit het vet. Maar hoe vaak gebeurt dat nog? We rekenden voor De Bilt na hoe vaak er sinds 1940 een vorstperiode was die lang genoeg duurde om op natuurijs te kunnen schaatsen, en wat dat zegt over de kansen voor de winter van 2026-2027.

Foto: IngevGelder, Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0 nl)

In het kort
  • Vroeger: tussen 1951 en 1980 had 16 van de 30 winters een periode van minstens vier ijsdagen op rij.
  • Normaal: tussen 1991 en 2020 was dat nog 10 van de 30 winters, ongeveer één op de drie.
  • Recent: sinds 2015 lukte het maar één keer, in februari 2021.
  • Beste kans: januari en december hebben de meeste ijsdagen, februari volgt daarna.
In dit artikelWat is er nodig voor natuurijs?Hoe vaak kon er geschaatst worden? De cijfers sinds 1940Waarom het de laatste jaren zo zelden lukteIn welke maand is de kans op ijs het grootst?Kunnen we schaatsen in de winter van 2026-2027?Zo schaats je veilig op natuurijsVeelgestelde vragen

Wat is er nodig voor natuurijs?

Voor schaatsbaar natuurijs is een paar koude nachten niet genoeg. Het ijs groeit vooral als het dag en nacht vriest, dus bij een reeks ijsdagen: dagen waarop de temperatuur de hele dag onder nul blijft. Helder weer met weinig wind helpt, omdat het water dan 's nachts sterk afkoelt. Sneeuw werkt juist tegen: een sneeuwdek isoleert het ijs en remt de groei.

Ondiep water bevriest het snelst. Ondergelopen weilanden en ijsbanen van ijsverenigingen zijn daarom vaak als eerste schaatsbaar, terwijl sloten, vaarten en grote plassen meer tijd nodig hebben. Ijsverenigingen houden voor het openen van een baan of tocht vaak een ondergrens van zo'n 10 centimeter betrouwbaar ijs aan. Voor de Elfstedentocht moet het ijs over de hele route zelfs 15 centimeter dik zijn.

Hoe vaak kon er geschaatst worden? De cijfers sinds 1940

Als graadmeter gebruiken we een periode van minstens vier ijsdagen op rij in De Bilt, tussen november en maart. Dat is geen garantie voor schaatsijs, want ook de nachttemperatuur, de wind en sneeuw spelen mee, maar het geeft een goed beeld van hoe vaak er een serieuze vorstperiode was. Daarnaast tellen we per winter het aantal ijsdagen.

DecenniumWinters met 4+ ijsdagen op rijGem. aantal ijsdagen
1940-19497 van 1018,4
1950-19596 van 1010,7
1960-19695 van 1014,2
1970-19796 van 107,8
1980-19894 van 109,8
1990-19994 van 107,8
2000-20093 van 106,0
2010-20193 van 105,1
2020-20241 van 52,6

Bron: ERA5-heranalyse via Open-Meteo, De Bilt, winters 1940-1941 tot en met 2024-2025. Een decennium loopt van de winter die in dat jaar begint.

De trend is duidelijk. In de jaren veertig had een winter gemiddeld ruim 18 ijsdagen, in de jaren 2010 nog maar 5. De winters met een flinke vorstperiode werden minder vaak, al verdwenen ze nooit helemaal. Sinds 2008 kwam een periode van minstens vier ijsdagen op rij in ons model zes keer voor: eind december 2008, begin januari 2010, eind november en begin december 2010, begin februari 2012, januari 2013 en februari 2021.

Waarom het de laatste jaren zo zelden lukte

Tussen 1991 en 2020, de periode die als klimaatnormaal geldt, had gemiddeld één op de drie winters een periode van minstens vier ijsdagen op rij. In de tien winters sinds 2015 was dat er nog maar één: februari 2021, toen een koudegolf met oostenwind voor een week vorst zorgde en heel Nederland het ijs op ging. In de winters van 2013-2014 en 2019-2020 telde De Bilt in ons model zelfs geen enkele ijsdag.

Dat komt vooral door de opwarming van het klimaat: ook in de winter is het in Nederland gemiddeld een stuk zachter dan een halve eeuw geleden. Daarnaast bepaalt de stroming veel. Een strenge vorstperiode heeft bijna altijd een aanvoer van koude lucht uit het oosten of noordoosten nodig, vaak door een hogedrukgebied boven Scandinavië. Blijft de wind de hele winter uit het westen en zuidwesten waaien, dan komt er vanaf de oceaan steeds zachte lucht binnen en wordt het nooit lang genoeg koud.

In welke maand is de kans op ijs het grootst?

De meeste ijsdagen vallen in het hart van de winter. Tussen 1991 en 2020 telde De Bilt in ons model gemiddeld 2,5 ijsdagen in januari, 2,2 in december en 1,3 in februari. November (0,3) en maart (0,1) komen er nauwelijks aan te pas. Toch kan juist februari verrassen, zoals in 1956, 1986, 2012 en 2021: dan liggen een koud continent en lange, heldere nachten nog steeds klaar, terwijl de zon nog niet sterk genoeg is om het ijs overdag aan te tasten.

De eerste ijsdag valt meestal pas ruim na de eerste nachtvorst. Een paar nachten lichte vorst in november of begin december zijn een mooi teken dat de winter eraan komt, maar voor ijs heb je echt een langere koudeperiode nodig.

Kunnen we schaatsen in de winter van 2026-2027?

Dat valt nu nog niet te zeggen. Seizoensverwachtingen geven alleen een kansrichting voor de hele winter, en voor natuurijs gaat het om een paar weken met de juiste stroming. Wat we wel weten, lees je in ons artikel over de winter 2026-2027 en El Niño: volgens het KNMI heeft El Niño weinig aantoonbare invloed op de Nederlandse winter, en een koude periode blijft mogelijk als de poolvortex verzwakt.

Op basis van de afgelopen 30 jaar is de kans op een serieuze vorstperiode ongeveer één op drie, en als je alleen naar de laatste tien jaar kijkt, kleiner. Wil je weten of het binnenkort gaat vriezen, houd dan de 14-daagse weersverwachting in de gaten: zodra daarin meerdere dagen met maxima onder nul en heldere nachten opduiken, kan het snel gaan.

Zo schaats je veilig op natuurijs

Ga alleen het ijs op als de plaatselijke ijsvereniging of gemeente het heeft vrijgegeven, of als je zeker weet dat het dik genoeg is. Pas extra op bij riet, bruggen, steigers, in- en uitlaten van gemalen en stromend water: daar is het ijs vaak dunner. Ook wakken door kwel of eenden zijn niet altijd zichtbaar. Schaats nooit alleen, neem een touw of ijsprikkers mee en vertel iemand waar je gaat schaatsen. Bij dooi verslechtert het ijs snel, ook als het er van bovenaf nog goed uitziet.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen vorst zijn er nodig om te kunnen schaatsen?
Dat hangt af van het water en het weer. Ondiepe ondergelopen weilanden kunnen na een paar dagen en nachten stevige vorst al schaatsbaar zijn. Voor sloten, vaarten en plassen is meestal een langere periode met ijsdagen nodig. Ijsverenigingen houden voor een baan vaak zo'n 10 centimeter betrouwbaar ijs aan.

Wanneer kon er voor het laatst op natuurijs geschaatst worden?
De laatste grote schaatsperiode was in februari 2021, toen een koudegolf met oostenwind ongeveer een week vorst gaf. Daarna waren de winters te zacht voor een langere vorstperiode.

In welke maand kun je het vaakst schaatsen in Nederland?
Januari heeft gemiddeld de meeste ijsdagen, gevolgd door december en februari. In november en maart is natuurijs zeldzaam.

Kunnen we deze winter schaatsen?
Dat is nu nog niet te zeggen. Op basis van de afgelopen dertig jaar is de kans op een serieuze vorstperiode ongeveer één op drie, en de laatste tien jaar lager. Pas de 14-daagse verwachting geeft een concreet beeld.

Bekijk het weer in Utrecht of zoek een andere plaats via de plaatsenpagina.

Deel dit artikel